Aanvullend pensioenplan

Aanvullend pensioen

Het Pensioenfonds voor de Brandstoffenhandel

1. Waarover gaat het?

Bij een CAO afgesloten op 16.06.03 is voor de sector (PC 127) een sectorpensioenplan uitgewerkt. Dit maakt dat elke werknemer/werkneemster uit de sector naast het wettelijk pensioen nog een bijkomend pensioen ontvangt (tweede pijler).

2. Wanneer trad het pensioenplan in werking?

Het pensioenplan trad in werking op 1 januari 2003.

3. Wie voert het pensioenplan uit?

Het Pensioenfonds wordt beheerd door een raad van bestuur die paritair is samengesteld, enerzijds door mandatarissen die de werkgevers vertegenwoordigen en anderzijds door mandatarissen die het personeel of het vroegere personeel van de werkgevers vertegenwoordigen.

Het Pensioenfonds heeft als opdracht de voorzorgsactiviteiten te organiseren. Het beheert de bezittingen waarover het beschikt en stelt alle daden van beschikking, bestuur en beheer, inclusief de beleggingswijzen om zijn bezittingen te doen renderen. Het is belast met de betaling van de pensioentoezeggingen aan de begunstigden.

4. Wie komt in aanmerking voor het pensioenplan?

Alle werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité 127 sluiten automatisch aan.

5. Hoeveel bedraagt de persoonlijke bijdrage?

Er is geen persoonlijke bijdrage meer.

6. Hoeveel bedraagt de werkgeversbijdrage?

De patronale bijdrage bedraagt 3,25%.

7. Wanneer mag u uw aanvullend pensioen aanvragen?

U kunt het ten vroegste aanvragen op de leeftijd van uw pensioen.

8. Wat te doen om uw aanvullend pensioen aan te vragen?

 

Het aanvullend pensioen is een eenmalige uitkering die betaald wordt op moment dat de werknemer met wettelijk pensioen gaat. 

Het pensioenfonds zal de werknemer zelf contacteren op moment dat hij met wettelijk pensioen gaat. Om het aanvullend pensioen te kunnen uitbetalen, dient de werknemer een kopie van de voor- en achterzijde van zijn identiteitskaart mee te sturen alsook het rekeningnummer waarop het aanvullend pensioen kan gestort worden. Een groot deel van deze administratieve formaliteiten kan ook elektronisch gebeuren via de persoonlijke pagina van de werknemer op de website www.mybenefit.be

 

 

9. Wat gebeurt er indien u binnen de sector van werkgever verandert?

Het pensioen wordt verder opgebouwd bij uw nieuwe werkgever op dezelfde manier als bij uw vorige werkgever.

10. Wat gebeurt er wanneer u de sector verlaat?

Op dat tijdstip heeft u al verworven rechten. Deze verworven rechten zijn de prestaties die zijn samengesteld uit de persoonlijke bijdragen en de werkgeversbijdragen, verhoogd met intresten. U heeft de volgende keuze:

  • het behouden van uw rekening hij het Pensioenfonds voor de Brandstoffenhandel;
  • het overdragen van uw rekening naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever.

11. Wat krijgt u hij uw pensionering?


U ontvangt een pensioenkapitaal dat is opgebouwd dankzij de kapitalisatie van uw persoonlijke bijdrage en de werkgeversbijdrage. De intrestvoet voor de kapitalisatie wordt gelijkgesteld aan het financiële rendement behaald door het Pensioenfonds.

12. Is er een garantie?

Ja. De wet legt een minimumintrest op voor de berekening van het pensioenkaptiaal. De wetgever verwijst naar de referentievoet die van toepassing is op de verzekeringsactiviteiten op lange termijn.

13. Wat gebeurt er met uw aanvullend pensioen in geval van overlijden?

Wanneer u overlijdt voor u pensioenleeftijd, zullen uw verworven rechten op het tijdstip van overlijden worden overgedragen aan uw erfgenamen, in de volgorde die hieronder vermeld wordt: 

  1. Uw echtgeno(o)t(e).
    • Op voorwaarde dat u niet gescheiden bent van tafel en bed.
    • Op voorwaarde dat u geen scheidingsprocedure heeft ingeleid.
  2. Uw kinderen
    • Hiermee wordt bedoeld de wettelijke kinderen, de adoptiekinderen en de natuurlijke kinderen indien ze werden erkend of
    • Als ze niet meer leven, hun erfgenamen in rechtstreekse lijn.
  3. Uw andere wettelijke erfgenamen.
    • Ouders, grootouders, broers en zussen in de volgorde vastgelegd in het successierecht.
    • Met uitzondering van de Belgische Staat.

14. Kunt u de omzetting vragen van het kapitaal in lijfrente?

Uzelf (of eventueel uw erfgenamen in geval van overlijden) kan de omzetting vragen van uw kapitaal in lijfrente. Deze keuze dient te gebeuren bij de aanvraag van het aanvullend pensioen.

15. Krijgt u regelmatig informatie over uw situatie?

Ja. Ieder jaar zal u een pensioenfiche ontvangen met gedetailleerde gegevens over uw pensioenprestaties. Op eenvoudig verzoek kunt u het beheerrapport van het Pensioenfonds verkrijgen.

16. Waar kunt u terecht met uw eventuele vragen?

Informatielijn van Pension Architects: 03/340.04.67

Website: www.mybenefit.be (aanmelden met je elektronische identiteitskaart (e-ID) en een kaartlezer)

 

 

VOORZORGSREGLEMENT

VOORZORGSREGLEMENT 

Voorzorgsreglement voor het sociaal sectorplan voor de werkgevers en werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen

INHOUDSTAFEL

 1.  Historiek

 2.  Toepassingsgebied

 3.  Begripsomschrijving

 4.  Uitvoering pensioentoezegging

 5.  Transparantie

 6.  Bijdragen

 7.  Aanspraak - Rendementsgarantie - Verworven reserves - Prestaties

 8.  Communicatie naar de aangeslotene

 9.  Solidariteit
10. Pensionering

11. Overlijden

12. Omzetting in rente tegen storting met afstand van kapitaal

13. Uittreding

14. Wijziging pensioeninstelling

15. Ontoereikende reserves van de pensioeninstelling

16. Opheffing van onderhavig voorzorgsreglement

17. Ontbinding van de pensioeninstelling

18. Van kracht worden van het voorzorgsreglement

 

VOORZORGSREGLEMENT uitgevoerd door de VZW Pensioenfonds voor de handel in Brandstoffen

HISTORIEK

Artikel 1

Het Paritair Comité n°127 voor de handel in brandstoffen en het Paritair Subcomité n°127.2 voor de handel in brandstoffen in Oost-Vlaanderen, heeft op 19 november 2002 een Protocolakkoord afgesloten aangaande de oprichting van een sectorale pensioeninstelling. De invoering van de sectorale pensioeninstelling werd geïnspireerd op het Ontwerp van Wet betreffende de aanvullende pensioenen (de Wet Vandenbroucke).

Artikel 3 van voornoemd Protocolakkoord bepaalt dat de uitvoeringsmodaliteiten van de sectorale pensioen- instelling vastgesteld zullen worden door de raad van beheer van het Sociaal Fonds.

Op 25 februari 2003 werd in het kader van de voorbereidingen aangaande de invoering van een sociaal sectorpensioenplan, de VZW Pensioenfonds voor de handel in Brandstoffen opgericht, waarvan de raad van bestuur samengesteld is uit de leden van de raad van bestuur van het Sociaal Fonds. Deze VZW zal optreden als uitvoerder van het sectoraal pensioenplan en heeft o.a. de opdracht om de toepassingsmodaliteiten en uitvoering van het sectoraal pensioenplan uit te werken. 

Vermits op 28 april 2003 de Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (1) werd goedgekeurd, kunnen de leden van het Paritair Comité n°127 en van het Paritair Subcomité n°127.2 de invoering van het sociaal sectorpensioenplan goedkeuren en verder regelen.

- - - - - -

(1) De Wet op de aanvullende pensioenen of kort de 'WAP

- - - - - -

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 2

Onderhavig reglement is van toepassing op alle werkgevers en werknemers die ressorteren onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité n° 127 en het Paritair Subcomité n° 127.2. 

Werknemers die onder het toepassingsgebied van dit reglement vallen zullen, onverminderd andersluidende bepaling automatisch aangesloten worden bij onderhavig reglement van zodra zij de leeftijd van 18 jaar, zijnde vanaf het begin van de maand van zijn of haar verjaardag, bereiken.

BEGRIPSOMSCHRIJVING

Artikel 3

3.1.      Onder aangeslotene wordt iedere werknemer verstaan die voldoet aan artikel 2 van onderhavig reglement.

3.2.      Pensioentoezegging: de toezegging van een aanvullend pensioen door de inrichter aan de aangeslotenen

en/of hun rechthebbenden.

3.3.      Inrichter: het Sociaal Fonds voor de ondernemingen van de handel in brandstoffen.

3.4.      Toezegging van het type vaste bijdragen: de verbintenis tot het betalen aan de pensioeninstelling van vooraf vastgestelde bijdragen tot financiering van de toezegging.

3.5.      Pensioeninstelling: de VZW Pensioenfonds voor de handel in brandstoffen die wordt belast met de uitvoering van de pensioentoezegging.

3.6.      Solidariteitstoezegging: de toezegging van solidariteitsprestaties door de inrichter aan de aangeslotenen

en/of hun rechthebbenden.

3.7.      Solidariteitsreglement: het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de

werkgever en van de aangeslotenen, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van de solidariteitstoezegging worden bepaald.

3.8.      Wet van 9 juli 1975: de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.

3.9.      Controledienst voor de Verzekeringen: de openbare instelling opgericht bij artikel 29 van de wet van

9 juli 1975.

3.10.    De normale pensioendatum is de eerste dag van de maand die volgt op de 65ste verjaardag van de

aangeslotene.

3.11.    De effectieve pensioendatum is de eerste dag van de maand die volgt op de beëindiging van de actieve

dienst van de aangeslotene en waarop de aangeslotene effectief met pensioen gaat voor de normale pensioendatum.

3.12.    Onder het loon van de aangeslotene wordt verstaan het uursalaris vermenigvuldigd met het aantal gewerkte

uren op maandbasis, inclusief de premies die ingevolge CAO worden toegekend met betrekking tot de maand.

3.13.    Het aansluitingsjaar is het jaar waarin de aangeslotene werd aangesloten bij onderhavig voorzorgsreglement.

3.14.    De jaarlijkse return van de pensioeninstelling is gelijk aan het nettorendement van de activa van de

pensioeninstelling verschaft door de inkomsten van het jaar, te weten de intresten en dividenden, de gerealiseerde minder- en meerwaarden, na aftrek van alle beheerskosten en alle belastingen van het jaar.

De jaarlijkse return wordt vastgesteld per 31 december van het jaar.

Indien een aangeslotene vertrekt in de loop van het jaar omwille van pensionering of opzegging van het arbeidscontract, of in geval van overlijden, zal de return voor dat lopende jaar vastgesteld worden als het rekenkundige gemiddelde van de jaarlijkse returns van de pensioeninstelling, te rekenen vanaf het aansluitingsjaar van de aangeslotene.

3.15.    De verworven prestaties van het luik pensioen zijn de voorzorgsverplichtingen op ieder moment ten aan

zien van de aangeslotene. Deze zijn gelijk aan de verworven reserves zoals bepaald in artikel 14, eventueel verhoogd om te voldoen aan de rendementsgarantie zoals bepaald in artikel 12.

3.16.    De actieven zijn de aangeslotenen die nog werkzaamheden verrichten in het kader van een arbeidsovereenkomst.

3.17.    De rentetrekkers zijn de begunstigden van een lopende rente die geopteerd hebben voor een omzetting van pensioenkapitaal in een rente, conform onderhavig reglement

3.18.    De uitdienstgetredenen zijn werknemers die niet meer ressorteren onder PC 127 en SubPC 127.2 die nog verworven rechten kunnen laten gelden bij pensionering of overlijden.

3.19.    De Wet van 2 augustus 1971 is de Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bij - dragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.

3.20.    De maximale referentievoet is de referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vast gesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de Wet van 9 juli 1975.

UITVOERING PENSIOENTOEZEGGING

Artikel 4 - VZW Pensioenfonds voor de handel in Brandstoffen

De Pensioeninstelling heeft tot doel de voorzorgsactiviteit te organiseren voor de werknemers van de leden die ressorteren onder de toepassing van het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen en het Paritair Sub- comité voor de handel in brandstoffen voor Oost-Vlaanderen. In functie van deze voorzorgsactiviteit zal de pensioeninstelling:

a) Een voorzorgsinstelling inrichten uitsluitend ten gunste van de werknemers en oud-werknemers van de leden (2) en van hun rechthebbenden.

b) De bezittingen waarover zij zal beschikken te beheren, en daartoe alle daden van beschikking, van bestuur en van beheer te stellen, inbegrepen de beleggingswijzen om haar bezittingen te doen renderen.

c) Voor rekening van elk van de leden, de betaling van de toezeggingen te verzekeren ter uitvoering van het voorzorgsreglement, binnen de perken van de tot haar ter beschikking gestelde middelen.

 De tussenkomsten en diensten van de pensioeninstelling, gebeuren op de manier, volgens de kenmerken en mogelijkheden zoals bepaald in onderhavig voorzorgsreglement.

De inkomsten van de pensioeninstelling omvatten:

1) De toelagen (patronaal + persoonlijk) die gestort zullen worden zoals geregeld in het voorzorgsreglement.

2) De overgedragen reserves van andere voorzorgsinstellingen, verzekeringsondernemingen en sociale fondsen.

3) De inkomsten van de bezittingen van de vereniging.

4) De gebeurlijke schenkingen en legaten.

5) De diverse ontvangsten.

Het geheel van deze inkomsten wordt bestemd voor de diverse verbintenissen van de pensioeninstelling.

Er is geen mogelijkheid tot opting Out.

Aan de werkgevers en werknemers die onder voornoemd Paritair (Sub)Comité ressorteren en waarvoor bij de bekrachtiging van de Collectieve Arbeidsovereenkomst die het sociaal sectorplan invoert reeds voorzien werd in een minstens evenwaardig aanvullend pensioen (3), wordt de mogelijkheid geboden dit laatste te behouden. Deze vorige pensioentoezegging kan echter alleen maar blijven bestaan op voorwaarde dat voor deze werknemers wel de

solidariteitsbijdrage (zijnde de 4,4% zoals is bepaald tot het bekomen van de vrijstelling van taks op verzekeringscontracten) wordt gestort in het solidariteitsfonds, zoals hieronder (artikel 21) vermeld.

De pensioeninstelling wordt bestuurd door de raad van bestuur die paritair is samengesteld uit enerzijds mandatarissen die de werkgevers (4) vertegenwoordigen en uit anderzijds mandatarissen die het personeel of oud-personeel van de werkgevers (5) vertegenwoordigen.

- - - - - -

(2) die ressorteren onder de toepassing van het Paritair Comité n° 127 voor de handel in brandstoffen en het Paritair Sub-comité n° 127.2 voor de handel in brandstoffen voor Oost-Vlaanderen.

(3) als dit voorzien in onderhavige Collectieve Arbeidsovereenkomst

(4) die ressorteren onder Paritair Comité n° 127 voor de handel in brandstoffen en het Paritair Subcomité n° 127.2 voor de handel

(5) in brandstoffen in Oost-Vlaanderen, die ressorteren onder Paritair Comité n° 127 voor de handel in brandstoffen en het Paritair Subcomité n° 127.2 voor de handel in brandstoffen in Oost-Vlaanderen

- - - - - -

Artikel 5 - Informatieplicht

De tekst van onderhavig voorzorgsreglement wordt op eenvoudig verzoek van de aangeslotene door de inrichter aan de aangeslotene verstrekt.

TRANSPARANTIE

Artikel 6 - Jaarlijks verslag

De pensioeninstelling zal jaarlijks een verslag over het beheer van de pensioentoezegging opstellen en ter beschikking stellen van de inrichter. Op eenvoudig verzoek van de aangeslotene, deelt de inrichter dit verslag mee aan de aangeslotene.

Het verslag zal informatie over de volgende elementen bevatten:

- de wijze van financiering van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering;

- de beleggingstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten;

- het rendement van de beleggingen;

- de kostenstructuur; in voorkomend geval de winstdeling.

BIJDRAGEN

Artikel 7

De pensioentoezegging is een toezegging van het type "vaste bijdragen". In de bijdragen die in de volgende artikels zijn vastgesteld is begrepen de financiering van de solidariteitstoezegging. Deze financiering houdt rekening met de vrijstelling van taks op de verzekeringscontracten, zoals omschreven in artikel 21 van onderhavig voorzorgsreglement. 

Artikel 8 - Persoonlijke bijdragen

De persoonlijke bijdragen van de werknemers worden vastgesteld op 1% van het loon, zoals omschreven in artikel

3.12 van onderhavig voorzorgsreglement.

Artikel 9 - Werkgeversbijdragen

De werkgeversbijdrage bedraagt 2% van het loon, zoals omschreven in artikel 3.12 van onderhavig voorzorgsreglement.

Artikel 10 - Overdracht Sociaal Fonds

In artikel 2 §1 van voornoemd Protocolakkoord d.d. 19 november 2002 werd overeengekomen dat een gedeelte van de reserves van het Sociaal Fonds voor de ondernemingen van de handel in brandstoffen geleidelijk wordt overgedragen naar de pensioeninstelling, meer bepaald Euro 1.250.000. Deze som zal dienen ter financiering van de werknemers- en werkgeversbijdragen. Zoals in de Collectieve Arbeidsovereenkomst die onderhavig voorzorgsreglement bekrachtigt is bepaald, zal uit de som van Euro 1.250.000 voor elke aangeslotene voor het jaar 2003, 3% van het loon toegewezen worden.

Artikel 11 - Modaliteiten

Voornoemde werknemers- en werkgeversbijdragen worden op de door de wet vastgestelde tijdstippen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid geïnd en driemaandelijks overgemaakt aan de inrichter. De inrichter zal de ontvangen werknemers- en werkgeversbijdragen onverwijld doorstorten aan de pensioeninstelling. De bijdragen voor de werknemers - waarvoor op het ogenblik van de bekrachtiging van het sector pensioenplan reeds voorzien werd in een minstens evenwaardig aanvullend pensioen, zoals omschreven in artikel 4 van onderhavig reglement

- zullen door de inrichter aan de betrokken werkgevers teruggestort worden, mits afhouding van de bijdrage voor de solidariteitstoezegging, die door de inrichter aan de VZW Pensioenfonds voor de handel in brandstoffen wordt doorgestort. 

Vermits de bijdragen voor 2003 gefinancierd zullen worden door het Sociaal Fonds, zoals bepaald in artikel 10 van onderhavig reglement, zullen de bijdragen van de werknemers en de werkgevers pas vanaf 2004 rechtstreeks geïnd worden.

AANSPRAAK - RENDEMENTSGARANTIE - VERWORVEN RESERVES - PRESTATIES

Artikel 12 - Aanspraak - Rendementsgarantie

12.1. Werkgeversbijdragen

De aangeslotene heeft na één jaar aansluiting aan het onderhavig voorzorgsreglement aanspraak op prestaties, die zijn samengesteld uit de werkgeversbijdragen. Deze prestaties zijn gelijk aan de verworven reserves, eventueel aangepast rekening houdend met de rendementsgarantie waarvan sprake hierna.

Hij heeft na één jaar aansluiting bij zijn uittreding, pensionering of bij opheffing van de pensioentoezegging minstens recht op het gedeelte van deze bijdrage dat niet gebruikt wordt voor de dekking van de kosten beperkt tot 5 % van de werkgevers- en persoonlijke bijdragen, gekapitaliseerd tegen de maximale referentievoet verminderd met 0,5%.

12.2.    Persoonlijke bijdragen

De aangeslotene heeft onmiddellijk aanspraak op prestaties die zijn samengesteld uit persoonlijke bijdragen. Deze prestaties zijn de verworven reserves, eventueel aangepast rekening houdend met de rendementsgarantie waarvan sprake hierna.

De aangeslotene heeft bij zijn uittreding, pensionering of bij opheffing van de pensioentoezegging minstens recht op het gedeelte van de persoonlijke bijdragen, gekapitaliseerd tegen de maximale referentievoet.

12.3.    Overgangsbepaling in geval van uittreding, pensionering, opheffing van pensioentoezegging binnen de 5 jaar na de aansluiting

De maximale referentievoet voor de kapitalisatie waarvan sprake in artikel 12.1 en 12.2 zal vervangen worden door de indexatievoet overeenkomstig de bepalingen van de Wet van 2 augustus 1971.

12.4.    Wijziging van maximale referentievoet

Indien de maximale referentievoet gewijzigd zou worden, wordt de referentievoet als volgt toegepast

- Tot op het ogenblik van de wijziging wordt de oude referentievoet toegepast op de bijdragen die werden gestort voor die wijziging.

- Vanaf de wijziging wordt de nieuwe referentievoet toegepast op de stortingen gedaan voor en na dat ogenblik.

Artikel 13 - Kenmerken van de garantie

- De garanties zijn voor de aangeslotene verworven op het ogenblik van de uittreding van de aangeslotene, de pensionering van de aangeslotene of de stopzetting van het plan.

- De garanties maken geen deel uit van de verworven reserves.

- Op het ogenblik van de uittreding of de pensionering van de aangeslotene, of op het ogenblik van de stopzetting van het plan, dienen de garanties bereikt te worden; zij dienen niet elk jaar gehaald te worden.

- Indien de verworven reserves op het ogenblik van de uittreding niet het gegarandeerde bedrag dekken, zal het

egalisatiefonds aangewend worden om het tekort aan te zuiveren.

- Indien het egalisatiefonds niet voldoende is, zal de aanzuivering gebeuren door de werkgever.

Artikel 14 - Bepaling van de verworven reserves

De minimale verworven reserves zijn gelijk aan de reserves die krachtens de uitvoeringsbesluiten van de Wet van 9 juli 1975 moeten worden opgebouwd.

Onder voorbehoud van hetgeen bepaald in artikel 15, zijn de verworven reserves gelijk aan de som van de werknemersbijdragen en werkgeversbijdragen, gekapitaliseerd aan de jaarlijkse return van de pensioeninstelling.

Artikel 15 - Egalisatiefonds

Het jaarlijks saldo van het resultaat van de pensioeninstelling, na affectatie aan de reserves, zoals voorzien in artikel 14, wordt in een egalisatiefonds gestort. Dit egalisatiefonds is gelijk aan het vermogen van de pensioeninstelling verminderd met de verworven reserves bepaald in artikel 14.

 

Dit egalisatiefonds zal aangewend worden om tekorten aan te zuiveren indien de verworven reserves niet voldoende zijn om aan de rendementsgarantie te voldoen. Indien het EF een negatief saldo vertoont, zullen de verworven reserves bepaald in artikel 14 evenredig herleid worden a rato van dit negatief saldo.

COMMUNICATIE NAAR DE AANCESLOTENE

Artikel 16 - Pensioenfiche

De pensioeninstelling zal jaarlijks aan alle aangeslotenen een pensioenfiche bezorgen, met gedetailleerde gegevens over de verworven reserves en prestaties van de aangeslotene.

De pensioenfiche zal minimaal de volgende gegevens bevatten:

a) Het bedrag van de verworven reserves, in voorkomend geval met vermelding van de minimumrendementsgarantie, en voor de aangeslotenen van meer dan 45 jaar, het bedrag van de daarmee overeenstemmende rente, zonder aftrek van de belastingen.

b) De variabele elementen waarmee bij de berekening van het bedrag van de verworven reserves wordt rekening gehouden.

c) Het bedrag van de verworven reserves van het vorige jaar.

Op de pensioenfiche zal vermeld worden dat de tekst van het voorzorgsreglement op eenvoudig verzoek van de aangeslotene kan bekomen worden bij de inrichter.

Op de pensioenfiche zal eveneens de contactpersoon vermeld worden tot wie de aangeslotene zich moet richten

Artikel 17 - Historisch overzicht

De pensioeninstelling zal, op eenvoudig verzoek van de aangeslotene, een historisch overzicht bezorgen van de gegevens, zoals opgenomen op de jaarlijkse pensioenfiche.

SOLIDARITEIT

Artikel 18 - Solidariteitstoezegging

Het sectorpensioenplan voor de handelaars in brandstoffen is een sociaal sectorplan, waarbij voorzien wordt in een solidariteitstoezegging.

In dit kader wordt verwezen naar voornoemd Wet op de aanvullende pensioenen (artikel 43), waarin wordt bepaald dat door de Koning nog nader bepaald dienen te worden enerzijds de solidariteitsprestaties die in aanmerking komen en anderzijds de minimale solidariteit waaraan voldaan moet worden, teneinde te voldoen aan de solidariteitsvereiste.

Na beslissing door de Koning dienaangaande zal aan onderhavig voorzorgsreglement een bijlage gehecht worden, met de maatregelen die genomen zullen worden in het kader van de solidariteitstoezegging. Deze bijlage, zijnde het solidariteitsreglement, zal integraal deel uitmaken van onderhavig voorzorgsreglement.

Artikel 19 - Informatieplicht

De solidariteitstoezegging zal worden beheerst door het solidariteitsreglement, waarvan hiervoor sprake en waarvan de tekst op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene door de inrichter wordt verstrekt.

Artikel 20 - Pensioeninstelling

De uitvoering van de solidariteitstoezegging wordt toevertrouwd aan de pensioeninstelling.

Het resultaat van de pensioeninstelling wordt onder de aangeslotenen verdeeld in verhouding tot hun reserves en de kosten worden beperkt volgens de regels nog vast te stellen bij Koninklijk Besluit.

Artikel 21 - Vrijstelling van taks

Het sectorpensioenplan zal aldus voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 10 van de Wet op de aanvullende pensioenen (dat een 4°bis zal invoegen in artikel 176/2 van het Wetboek der met het Zegel gelijkgestelde taksen) zodat vrijstelling geldt van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten.

PENSIONERING

Artikel 22

De aangeslotene heeft recht op uitbetaling van zijn verworven prestaties op de effectieve of normale pensioendatum.

OVERLIJDEN

Artikel 23

In geval van overlijden van de aangeslotene, hebben de begunstigden, zoals aangeduid hierna, recht op de uitbetaling van de verworven prestaties.

In onderhavig reglement wordt het ogenblik van het overlijden gelijkgesteld met het ogenblik van uitdiensttreding.

Artikel 24 - Rangorde van de begunstigden

De uitkering van de prestaties in geval van overlijden gebeurt in de hierna volgende voorrangsorde van begunstiging:

a) de echtgeno(o)t(e), noch gerechtelijk van tafel en bed gescheiden, noch in gerechtelijke aanleg tot scheiding

van tafel en bed of echtscheiding;

b) bij ontstentenis, de kinderen of, bij plaatsvervulling, de afstammelingen van deze laatsten;

c) bij ontstentenis, de door de aangeslotene aangewezen begunstigde(n);

d) bij ontstentenis, de bloedverwanten in opgaande lijn;

e) bij ontstentenis, de wettelijke erfgenamen van de aangeslotene met uitsluiting van de Staat;

f) bij ontstentenis, de pensioeninstelling gedefinieerd in artikel 3.5.

Op verzoek van de aangeslotene kan met akkoord van de werkgever erin toegestemd worden dat afgeweken wordt van deze rangorde van de begunstigden.

OMZETTING IN RENTE TEGEN STORTING MET AFSTAND VAN KAPITAAL

Artikel 25

De aangeslotene, of in geval van overlijden zijn rechthebbenden heeft (hebben) het recht om de omvorming van de prestaties in rente te vragen.

De berekening van de omzetting van kapitaal in rente zal gebeuren in overeenstemming met de berekeningswijze zoals vastgelegd door de Koning.

De inrichter informeert de aangeslotene aangaande dit recht op omzetting, en dit twee maanden voor de pensionering of binnen de twee weken nadat hij van de vervroegde pensionering op de hoogte werd gebracht. In geval van overlijden van de aangeslotene, zal de inrichter de rechthebbenden van de aangeslotene informeren over dit recht op omzetting, en dit binnen de twee weken nadat de inrichter op de hoogte werd gebracht van het overlijden van de aangeslotene.

Artikel 26 - Actualisatieregels

De actualisatieregels die gebruikt worden voor de omzetting zijn:

- technische ïnterestvoet: maximale referentievoet, verminderd met 0,5 %;

- sterftetafels: MR/FR.

UITTREDING

Artikel 27

Met uittreding wordt bedoeld de omstandigheid waarbij de aangeslotene het toepassings-gebied van de CAO waarbij het huidig voorzorgsreglement werd ingevoerd, verlaat.

Artikel 28 - Overdracht van de reserves

De overdracht van reserves naar een andere pensioeninstelling in het kader van de uittreding zoals omschreven in artikel 27 wordt toegestaan.

Artikel 29

Op het ogenblik van de uittreding zal geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen ten laste worden gelegd van de aangeslotene, noch worden afgetrokken van de verworven reserves.

Artikel 30

Na de uittreding van een werknemer zal de inrichter uiterlijk binnen het jaar de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis stellen.

De pensioeninstelling zal, uiterlijk binnen de 30 dagen na deze kennisgeving, het bedrag van de verworven prestaties schriftelijk meedelen aan de inrichter, die de aangeslotene hiervan onmiddellijk in kennis stelt.

Artikel 31 - Keuzemogehjkheden

De aangeslotene heeft, bij uittreding, de volgende mogelijkheden:

a) de verworven prestaties over te dragen naar de pensioeninstelling van ofwel de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten (indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die werkgever), ofwel de nieuwe rechtspersoon (6) - paritair samengesteld - waaronder de werkgever ressorteert met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, en dit indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die rechtspersoon;

b) de verworven prestaties over te dragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning;

c) de verworven prestaties bij de pensioeninstelling te laten. In dat geval vervalt vanaf de uittreding de rendementsgarantie waarvan sprake in artikel 12 en 13 (7).

In het geval dat de aangeslotene zou opteren voor de keuzemogelijkheid zoals omschreven sub a), dan zullen de nieuwe inrichter en de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter de overgedragen reserves zonder kosten moeten aanvaarden.

- - - - - - -

(6) Het betreft een rechtspersoon zoals omschreven in artikel 3§l,5° van de Wet op de aanvullende pensioenen.

(7) In dat geval zal vanaf de uittreding de rendementsgarantie bepaald worden conform de wettelijke bepalingen.

- - - - - - -

Artikel 32 - Kennisgeving keuze

De aangeslotene zal binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de pensioeninstelling van het bedrag van de verworven prestaties, zoals omschreven in onderhavig reglement, aan de inrichter zijn keuze meedelen. Hij zal deze melding richten aan de contactpersoon, vermeld op de laatst ontvangen pensioenfiche.

Indien de aangeslotene zijn keuze niet meedeelt binnen bovenvermelde termijn van 30 dagen, dan wordt hij verondersteld ervoor gekozen te hebben om zijn verworven prestaties bij de pensioeninstelling te laten.

WIJZIGING PENSIOENINSTELLING

Artikel 33 - Wijziging van pensioeninstelling

De inrichter zal de aangeslotene informeren aangaande iedere verandering van pensioeninstelling.

De inrichter dient eveneens de Controledienst voor de Verzekeringen hieromtrent in te lichten.

ONTOEREIKENDE RESERVES VAN DE PENSIOENINSTELLING

Artikel 34

Ingeval het evenwicht van de pensioeninstelling verbroken is, dit wil zeggen wanneer de bezittingen van de pensioeninstelling ontoereikend zouden zijn om de uitvoering te verzekeren van alle verbintenissen tegenover de begunstigden van de pensioeninstelling, zal de pensioeninstelling aan de Controledienst voor Verzekeringen een herstelplan op korte termijn voorleggen. Indien echter het herstelplan niet de gewenste resultaten bereikt of wanneer wordt vastgesteld dat de toestand onmogelijk te herstellen is zal de pensioeninstelling ontbonden worden en dit overeenkomstig de bepalingen in onderhavig reglement.

Het evenwicht is o.a. gebroken indien de bezittingen van de pensioeninstelling ontoereikend zijn om de minimale reserves te dekken gelijk aan de persoonlijke bijdragen, gekapitaliseerd tegen de maximale referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de Wet van 9 juli 1975.

In de geest van de reglementering betreffende de controle op private voorzorgstellingen, maken de verplichtingen aangegaan in het onderhavig voorzorgsreglement voor de pensioeninstelling een middelverbintenis uit.

OPHEFFING VAN ONDERHAVIG VOORZORGSREGLEMENT

Artikel 35

Bij de opheffing van onderhavig voorzorgsreglement wordt de pensioeninstelling ontbonden; de regels voor de vaststelling van de verworven reserves worden geregeld in onderhavig reglement.

ONTBINDING VAN DE PENSIOENINSTELLING

Artikel 36

Indien de pensioeninstelling ontbonden wordt is de vereffenaar gehouden het vermogen te bestemmen ten voor- dele van een voorzorgsinstelling met een gelijkaardig doel.

Op voorstel van de vereffenaar zal de Algemene Vergadering, mits voldaan te hebben aan de vereiste aanwezigheids- en goedkeuringsvereisten zoals voorzien in de statuten van de VZW, beslissen over de bestemming van het vermogen.

Deze bestemming kan verwezenlijkt worden:

- hetzij door overdracht van de beschikbare bezittingen aan één of meerdere private voorzorgsinstellingen, die alle verbintenissen tegenover de begunstigden van de pensioeninstelling zouden overnemen en gemachtigd zouden zijn zulks krachtens de bestaande reglementering te doen;

- hetzij door vereffening van de bezittingen, zoals hierna bepaald.

De beschikbare bezittingen dienen in de eerste plaats voor het vereffenen van de actuele waarde van de lopende toezeggingen en van de actuele waarde van de prestaties, gevestigd door de bijdragen van de aangeslotenen betaald voor de vereffening.

De actuele waarden worden berekend overeenkomstig het technische dossier neergelegd bij de Controledienst voor de Verzekeringen.

Indien de bezittingen van de VZW niet voldoende zijn voor het vereffenen van de vermelde actuele waarden, dart worden zij verdeeld onder de rechthebbenden evenredig met deze actuele waarden.

In voorkomend geval worden de bezittingen resterend na de bovenvermelde verdeling, aangewend voor het vereffenen van de actuele waarde van de lopende toezeggingen en van de actuele waarde van de prestaties, gevestigd door de bijdragen van de werkgever betaald voor de vereffening.

De actuele waarden worden berekend overeenkomstig het technische dossier neergelegd bij de Controledienst voor de Verzekeringen.

Eventueel overblijvende bezittingen na de verdeling zoals hierboven bepaald, worden verdeeld onder alle rechthebbenden evenredig met de actuele waarden zoals hierboven bepaald.

De verdeling van de bezittingen van de VZW mag niet gebeuren volgens een regel die één of andere categorie begunstigden bevoordeelt.

VAN KRACHT WORDEN VAN HET VOORZORGSREGLEMENT

Artikel 37

Onderhavig reglement wordt van kracht op 1 januari 2003.